Jan Kouwenhoven - columnist Ouderenfonds

Op pagina 3 van de plaatselijke krant prijkt een foto van een echtpaar dat 60 jaar getrouwd is. Trotse blikken gericht op de burgemeester die tussen twee bemande rollators staat. Ik duw de krant iets van me af om het bijbehorende artikel te lezen. ‘Het geheim van samen gelukkig oud worden is accepteren dat ouderdom met gebreken komt,’ zegt meneer. ‘En elkaar daarin ook steunen,’ vult mevrouw aan. Ik leg de krant op mijn schoot, mijn gedachten dwalen af. Naar mijn moeder. Gisteren haalde ik haar op voor een bakje koffie. Aan haar koppie is het niet te merken dat ze de tachtig gepasseerd is, maar haar benen weten dat geheim niet langer meer te verbloemen. Voetje voor voetje liep ze met mij mee naar de auto. Haar arm stevig om die van mij geklemd. ‘Je moet nu toch echt eens een rollator aanschaffen, ma,’ zei ik. ‘Die dingen zijn niet voor niets uitgevonden.’

Een frons gleed over haar gezicht, ze tuitte haar lippen en maakte een wegwerpgebaar. ‘Zolang ik me nog zonder kan redden, duw ik alleen in de supermarkt een karretje voor me uit, jongen.’ Hoofdschuddend hielp ik haar de auto in. Daarna stapte ik zelf ook in. Voor ik de auto startte keek ik naar rechts waar twee gerimpelde handen een rolletje pepermunt uit het tasje op haar schoot pakten. Ze vervolgde: ‘Geef je toe aan je gebreken dan gaat ouderdom pas echt met je aan de haal.’

Glimlachend pakte ik een pepermuntje aan. ‘Je bent net zo’n eigenwijze ouwe bes geworden als je vader was. Echt, ik zweer het.’ Een jaar of twintig geleden hebben mijn ouders enorm op opa ingepraat om niet meer achter het stuur te kruipen. Zelf vond hij dat hij nog prima reed, de jeugd moest gewoon eens normaal doen, waar was al dat getoeter en dat rare inhalen nou voor nodig? Nee, al die haastigen waren de brokkenpiloten, hij reed al ruim veertig jaar schadevrij dus…

Lachend pak ik de krant weer op. Ik strek mijn arm weer net zo ver tot de letters stoppen met dansen. Lastig, maar het schijnt normaal te zijn als je richting de vijftig hobbelt. Bizar genoeg lijken veel leeftijdgenoten er trots op. Hoe vaak het wel niet benoemd wordt dat er een leesbril nodig is. Er gaat tegenwoordig geen verjaardag meer voorbij of het onderwerp passeert weer de revue. Eerlijk gezegd snap ik dat niet. Wat is er in hemelsnaam zo leuk aan? Het lijkt mij eerder een gedoe om zo’n ding steeds weer op en af te moeten zetten. Nee, verwen je je ogen ermee dan kan je binnen de kortste keren niet meer zonder.

Ineens laat ik de krant weer zakken. Shit! Word ik later dan ook een eigenwijze ouwe bes? Ik vrees van wel want steeds meer een stukje onafhankelijkheid opgeven moet een hele opgave zijn.

 

Jan Kouwenhoven (1967) is schrijver, getrouwd en vader van drie opgroeiende kinderen. Onlangs verscheen zijn tweede boek ‘Als littekens jeuken’, waar meer informatie over te vinden is op www.jankouwenhoven.eu